Lapina, Zorg voor Konijnen
Home
Het konijn
Adoptie
Adoptiekonijnen
Bach Bloesems
Vakantie-opvang
Berichten
Sponsors
Contact
Aanschaf
Huisvesting
Speelgoed
Optillen
Gedrag
Myxomathose en VHS type 1 en 2
Ziekten
Voeding
Nageljes
Tandjes
Oortjes
Vacht
EHBO
Vervoeren
Informatie van het LICG
Voeding
Het basisvoedsel van konijnen is hooi. Hooi, hooi en nog eens hooi. Hooi is echt het allerbelangrijkste, omdat het vrijwel alle voedingsstoffen bevat dat een konijn nodig heeft. Daarnaast zorgt hooi ervoor dat de kiezen goed afslijten. Hierdoor is er minder kans dat er haken op de kiezen ontstaan (zie ook het item Tandjes). Voorts zorgt hooi voor een gezonde darmflora. Hooi wordt snel door de darmen gevoerd wat zeer belangrijk is voor een goede darmwerking en verkleint het de kans op verstoppingen. Tenslotte is het eten van hooi ook een mentale bezigheid. Onderzoeken hebben uitgewezen dat konijnen minder afwijkend gedrag vertonen als zij altijd de beschikking hebben over hooi, dan konijnen die niet altijd de beschikking hebben over hooi.
Een konijn moet dus 24 uur per dag voldoende hooi tot zijn beschikking hebben.
Konijnen eten ook hun keutels op. Dit klinkt niet echt smakelijk, maar het eten van de zogenaamde blindedarmkeutels is erg belangrijk. In de blindedarmkeutels zitten belangrijke voedingsstoffen. Deze voedingsstoffen worden door het lichaam pas opgenomen als het konijn deze keutels opeet. De blindedarmkeutels zijn zacht, zwart en glimmend en lijken op een druiventrosje. Normaal zie je deze keutels niet te liggen. Ze worden ´s morgens vroeg al door het konijn opgegeten. Als je deze keutels wel ziet liggen, dan krijgt het konijn waarschijnlijk teveel brokken. Geef je konijn alleen ´s avonds brokken. Dat vergroot de kans dat je konijn de blindedarmkeutels opeet. Konijnen prefereren hun brokjes doorgaans boven hun keuteltjes.

Een konijn moet ook altijd water tot zijn beschikking hebben. De hoeveelheid water dat een konijn drinkt, verschilt per konijn en is ook afhankelijk van de hoeveelheid groenvoer dat een konijn dagelijks krijgt. Zorg er voor dat de waterbak of waterfles dagelijks gevuld wordt met fris, schoon water.
Een gezond dieet bestaat uit weinig droogvoer, onbeperkt hooi, voldoende groenvoer en altijd vers water. De maximale hoeveelheid droogvoer voor een konijn zou niet meer dan 25 gr. per kg. lichaamsgewicht per dag mogen bedragen. Vaak staat op de verpakkingen van het konijnenvoer een richtlijn van de hoeveelheid voer dat een konijn mag hebben. Biks geniet de voorkeur boven gemengd voer. Konijnen zijn namelijk geneigd om de gekleurde (lekkere) brokjes uit het voer te vissen en de biks te laten liggen. In biks zitten juist de waardevolle voedingsstoffen die een konijn nodig heeft. Daarnaast zit in het gekleurde voer veel koolhydraten wat kan leiden tot blindedarmproblemen met als gevolg de zogenaamde plakpoep. Eet een konijn weinig hooi, dan krijgt het doorgaans teveel droogvoer. Als je wisselt van merk voer, doe dit dan geleidelijk aan om darmproblemen te voorkomen.

Met betrekking tot het geven van groenvoer een extra aandachtspunt. De benodigde bacteriën om groenvoor te verteren moeten zich vormen en daarom moet groenvoer langzaam worden opgebouwd. Dit ook weer om darmproblemen te voorkomen. Het opbouwen van groenvoer gaat als volgt: de eerste dag 1 stukje (bijvoorbeeld) andijvieblad ter grootte van een postzegel. De keutels van de volgende dag afwachten. Als de keutels rond en stevig zijn, kan die dag een stuk andijvieblad ter grootte van twee postzegels worden gegeven. Weer de keutels van de volgende dag afwachten, als die “goed blijven“ de groente verdubbelen. 
Als de keutels goed blijven kunnen nieuwe groenten toegevoegd worden, op dezelfde manier, één voor één introduceren en de keutels afwachten. Zodra de keutels zacht worden is dat een teken dat de laatst toegevoegde groente (nog) niet wordt verdragen. Advies is dan ook om die groente niet meer te geven. Na verloop van tijd kan opnieuw worden uitgeprobeerd of het konijn een heel klein stukje van deze groente verdraagt. Worden de keutels opnieuw zacht, dan deze groente niet meer geven. Het konijn verdraagt deze groenten dan niet.
Geschikte groente en (on)kruiden: andijvie, broccoli, boerenkool, herderstasje, hondsdraf, mosterdblaadjes, paksoi, peterselie, paardenbloem, romeinse sla, selderij, spinazie, waterkers, wortel + loof, witlof, weegbree, wilgentakken.
Groente die niet mag worden gegeven: Alle koolsoorten op boerenkool na, rabarber, aardappelen + schillen, alle boonsoorten en erwten, bieslook, knoflook, mais, prei, spruitjes, ui.
Geschikt fruit waarvan de pit is verwijderd (matig geven ivm het hoge suikergehalte waardoor gas of diarree kan ontstaan): Appel, peer, kiwi, perzik, kers, zwarte bes, bosbes, aardbei, framboos, ananas, mango, meloen, banaan.
Het is het beste om groenvoer consequent te geven. Dus niet de ene keer wel en de andere keer weer niet. Beter òf helemaal niet, òf elke dag.
Let er op dat het verse voer niet is vervuild door andere dieren of uitlaatgassen.  Groenten, (on)kruiden of fruit direct uit de koelkast kunnen darmproblemen veroorzaken. Laat de groenten, (on)kruiden of fruit dus eerst op kamertemperatuur komen, voordat je het geeft.

In de natuur eten konijnen geen snoep! Het is echt het beste uw konijn geen snoep of snacks te geven. Geef in plaats daarvan liever een gezonde lekkernij, zoals een klein stukje hard brood, een rozijntje of wat groente, (on)kruiden of fruit. Gedroogde kruiden vinden konijnen overigens ook erg lekker.
 
 
Geef je konijn absoluut geen likstenen.  Likstenen kunnen namelijk voor ernstige blaasproblemen zorgen.